De omgevingsscan of het gebiedsprofiel geeft in één oogopslag een beeld van een buurt, wijk, postzone of district op 6 thema’s en 21 indicatoren. Aan de hand van 5 kleur-scores (veel slechter/ slechter/ gemiddeld/ beter/ veel beter) wordt een thema of indicator van een gebied vergeleken met het stedelijk gemiddelde, met een vooropgestelde streefwaarde van stad Antwerpen of vergeleken in de tijd. Naast deze 3 vergelijkingen of analyses zijn er ook enkele context indicatoren. Vanuit elke indicator is het mogelijk om door te klikken naar gerelateerde dashboards.
De thema’s en indicatoren zijn samen met vakspecialisten geselecteerd. De stad gebruikt deze analyse, in samenhang met andere relevante informatie, om inzicht te krijgen in zowel de sterke punten van een gebied als de uitdagingen die er spelen. De cijfers vormen een startpunt voor verdieping en gesprek, zodat beleidskeuzes onderbouwd en toekomstgericht worden gemaakt.
Bij de vergelijking van een gebied met de stad Antwerpen, wordt gebruikgemaakt van Z-scores. Z-scores geven op een gestandaardiseerde manier aan hoe groot het verschil is met het gemiddelde. Hoe groter de Z-score hoe groter het verschil. Een negatieve Z-score (rood) duidt op een ongunstig resultaat, een positieve Z-score (groen) op een gunstig resultaat. Hierbij hanteren we de volgende klassengrenzen:
Bij de vergelijking in tijd wordt de meest recente situatie vergeleken met 2021. Is een indicator of thema ten opzichte van deze periode met minder dan 5 procent gestegen of gedaald? Dan is de trendscore vergelijkbaar (geel). Bij een 5 tot 10 procent daling of stijging is de trendscore beter (groen) of slechter (oranje) dan voorgaande periode. Meer dan 10 procent daling of stijging betekent veel slechter dan voorgaande periode (rood) of veel beter dan voorgaande periode (donkergroen). Hierbij hanteren we de volgende klassengrenzen:
Om beleidsdoelstellingen te kunnen monitoren, wordt in de analyse van de streefwaarden niet het stedelijk gemiddelde als referentie genomen, maar gekeken in hoeverre een bepaalde doelstelling of streefwaarde wordt gehaald. Dit wordt voorgesteld aan de hand van 5 vooropgestelde klassen (veel slechter/ slechter/ gemiddeld/ beter/ veel beter), net zoals bij het stedelijk gemiddelde, maar dan niet met z-scores. Hieronder vind je de thema’s met bijbehorende indicatoren en hun vooropgestelde streefwaarden en 5 gehanteerde klassen:
Soms missen er cijfers van een gebied vanwege een te klein aantal respondenten (Antwerpse Monitor). Deze indicator wordt dan grijs gekleurd.