Stad in Cijfers - Databank

interkwartiele asymmetrie belastingplichtigen

[ratio] interkwartiele assymetrie: de verhouding van het verschil van het derde kwartiel minus de mediaan (Q3 - Me), en de mediaan minus het eerste kwartiel (Me-Q1), ten opzichte van het interkwartiel verschil. De inkomensverdelingen zijn asymmetrisch, het gemiddeld inkomen is bijna steeds hoger dan het mediaaninkomen. Het rekenkundig gemiddelde van de inkomens wordt immers sterk beïnvloed door extreme inkomens, wat minder geldt voor de mediaan en kwartielen. Een positieve coëfficiënt wijst erop dat de amplitude van de inkomens tussen kwartielen en mediaan hoger is langs de zijde van de boven de mediaan gelegen inkomens, dan langs de zijde van de lagere inkomens. (Q3 - Me) > (Me-Q1) = asymmetrie rechts. Een negatieve coëfficiënt duidt op het tegenovergestelde, (Me-Q1) > (Q3-Me) = asymmetrie links. Hoe hoger de coëfficiënten, hoe groter de ongelijkheid tussen de twee amplitudes, (Q3- Me) > (Me-Q1). Praktisch kan men stellen dat een toename van de interkwartiele coëfficiënt wijst op een groter wordende afstand tussen het mediaaninkomen en de inkomens die met de kwartielen overeenkomen. De inkomensspreiding vergroot en de inkomenscurve wordt meer afgeplat. Hoe hoger de asymmetriecoëfficiënt, hoe groter de spreiding der inkomens boven de mediaan, dus hoe meer het aantal hogere inkomens toeneemt. Hoe hoger het mediaaninkomen, hoe hoger over het algemeen ook de interkwartiele coëfficiënt. Dikwijls neemt ook de asymmetrie toe. Als de interkwartiele assymmetrie = 0, dan is er symmetrie; dan heeft de meerderheid van de individuen een inkomen die overeenkomt met het mediane inkomen (gemiddeld inkomen = mediaan inkomen = modus van de inkomens).