Stad in Cijfers - Databank

Kansarmoede-index_SSO

De Studiedienst ontwikkelde een index die de kansarmoede meet op buurtniveau. Zij maakt het mogelijk om de graad van kansarmoede te vergelijken tussen gebieden en in de tijd. Let wel, het geeft echter geen idee van het absoluut aantal mensen dat in armoede leeft. Het is een schaal die een waarde kan behalen van 0 tot 10, waarbij 0 staat voor geen kansarmoede en waarbij 10 staat voor een zeer hoge graad van kansarmoede. De index is samengesteld uit volgende 3 indicatoren: * De verhouding langdurig niet werkende werkzoekenden tussen 18 en 64 jaar t.o.v. de bevolking tussen 18 en 64 jaar * De verhouding OCMW-steuntrekkers tussen 18 en 64 jaar t.o.v. bevolking tussen 18 en 64 jaar * Het aandeel belastingsplichtigen met een netto belastbaar inkomen lager dan 10.000 euro (geïndexeerd) t.o.v. het totaal aantal belastingsplichtigen. Deze gegevens komen met 2 jaar vertraging. De berekening gebeurt als volgt: de buurten worden per indicator in 11 klassen onderverdeeld. Iedere klasse krijgt een score van 0 tot 10 (0 voor de eerste klasse, 1 voor de tweede klasse,..., 10 voor de laatste klasse). Daarbij staat 10 voor de hoogste graad van kansarmoede. Vervolgens wordt per buurt het gemiddelde van deze scores genomen. Om een score van verschillende buurten samen te nemen, of om de score van wijken, postzones etc. te berekenen, maken we het naar bevolking gewogen gemiddelde van deze scores. Als een buurt met score 7 en 100 inwoners wordt opgeteld bij een buurt met score 8 en 1000 inwoners, is het resultaat dus 7,91. Bij deze index horen enkele bemerkingen: * Een eerste bemerking betreft het feit dat de grens tussen arm en niet arm hier arbitrair is: de kansarmoede-index is een schaal van de minst arme buurten binnen de stad tot de meest arme buurten van de stad. Er is echter geen enkel objectief criterium om aan te geven waar de scheidslijn ligt tussen kansarme en nietkansarme buurten. * Ten tweede wordt hier aan elke indicator een gelijk gewicht gegeven. * Ten derde werden in deze index enkel indicatoren opgenomen die rechtstreeks met armoede te maken hebben. In tegenstelling tot de vorige DSP kansarmoede index werden indicatoren zoals aantal sociale woningen en aantal vreemdelingen hier niet opgenomen. * Een laatste belangrijke bemerking betreft het feit dat we hier op het buurtniveau werken. Het zijn de buurten die de kenmerken toegewezen krijgen. De kenmerken zelf hebben echter betrekking op personen of individuen (werkloosheid, gezinsinkomens, …). Men moet zich hier dus behoeden voor de zogenaamde ‘ecologische’ fout. Dat wil zeggen dat de verbanden die op het niveau van een buurt opgaan niet noodzakelijk opgaan op het niveau van de individuen. Met andere woorden: wanneer een buurt een hoge graad werklozen, OCMW-steuntrekkers en lage inkomens telt, wil dat niet noodzakelijk zeggen dat de individuen die in deze buurt wonen én werkloos zijn, én een OCMW-uitkering ontvangen én een laag inkomen hebben zijn. Omgekeerd wil het dus ook zeggen dat er in niet kansarme buurten, geen personen wonen die weldegelijk kansarm zijn. De overlappingen van problemen op het niveau van een buurt komen niet noodzakelijk overeen met een opeenstapeling van problemen op het niveau van de individuen.